Samenwerken in de bouw: doen we dat nu wel op de goede manier?

Samenwerken in de bouw: doen we dat nu wel op de goede manier?

‘Wij leveren kwaliteit.’ Welk bedrijf in de branche zegt dat nou niet? Wij zeggen het ook. En logisch, het zou een beetje gek zijn als we geen kwaliteit zouden leveren. Ongetwijfeld maken we het ook allemaal waar, die belofte van kwaliteit. Toch zijn de faalkosten op projecten nog altijd onnodig hoog. Samenwerking biedt uitkomst, daar zijn we het allemaal over eens. Maar is de manier waarop we nu samenwerken goed genoeg?

Samenwerken in de bouw is momenteel een populair begrip. Er zijn ook steeds meer concrete voorbeelden van wat je met samenwerking kunt bereiken op projecten. In de praktijk zien wij als onderaannemer tegelijkertijd nog heel veel ruimte voor verbetering.

Want we doen allemaal wel ons best om goed met elkaar te praten voorafgaand en gedurende het project, maar ondertussen focussen we in de meeste gevallen nog steeds alleen maar op onze eigen stukje werk. Als we dat maar goed afleveren is het goed. Daardoor bannen we fouten en faalkosten niet uit. Is het zo langzamerhand niet tijd dat we echt met elkaar gaan samenwerken?

Van rood naar blauw?

Een simpel voorbeeld uit onze eigen praktijk: wij spreken met de opdrachtgever af dat we de gewenste kwaliteit behalen met 1 x keer schilderen bij een neutrale grondverf. Dat wordt echter heel lastig als we een rode deur krijgen aangeleverd als deze blauw moet worden. De kwaliteit van het werk dat wij als schildersbedrijf afleveren is nu eenmaal mede afhankelijk van dat wat we krijgen aangeleverd. Er gaat iets mis in het proces, waardoor het halffabricaat niet voldoet aan de kwalificaties om de overeengekomen kwaliteit te kunnen garanderen.

Bij projecten waarbij voorafgaand tot in detail in een bestek is vastgelegd wat er hoe moet gebeuren maken we dit ook vaak mee. Dan staat er in het bestek bijvoorbeeld dat de wanden middels één-laagse behandeling moeten worden afgewerkt, terwijl dit technisch en esthetisch onmogelijk is. Dat zulke dingen gebeuren is niet verwonderlijk. De partij die het bestek schrijft kan onmogelijk van alle specialisaties van de onderaannemers de diepgaande kennis hebben die hiervoor nodig is.

Digitale opname met de iPad

Nu hebben we de laatste jaren flink geïnvesteerd in tools om desondanks de overeengekomen kwaliteit te kunnen garanderen. Wij willen ons werk goed afleveren en doen er alles aan om dat te realiseren. Onze projectleider gaat bijvoorbeeld ruim voordat ons werk start naar de bouw voor een, zoals wij dat noemen, ingangscontrole. Concreet komt het erop neer dat hij met een iPad de bouwplaats bezoekt voor een digitale opname. Hij controleert of alles gereed is om te starten met het schilderwerk. Zijn er actiepunten, bijvoorbeeld rode deuren in plaats van deuren in een neutrale grondverf, dan kan hij daar direct een foto van maken en deze met een persoonlijk bericht versturen naar de uitvoerder op de bouw. Als hij dan belt naar de uitvoerder of langsgaat, is de uitvoerder al geïnformeerd. We voorkomen hiermee dat we worden verrast als we starten met het werk en we geven aan dat we met dit halffabricaat de overeengekomen kwaliteit niet kunnen leveren. Zo kunnen we op tijd naar een oplossing zoeken en voorkomen dat er vertraging komt.

Altijd oog op de planning

Met diezelfde tool op de iPad doen we een tussencontrole en een eindcontrole. We houden de uitvoerder op de hoogte van onze voortgang én van de kwaliteit die we leveren door aan te geven hoe ver we zijn en foto’s mee te sturen van het resultaat. Met het interne communicatiesysteem op de iPad kunnen we daarnaast de planning heel nauwgezet in de gaten houden. We zitten als schildersbedrijf helemaal aan het einde van de keten. Hoe meer de planning uitloopt, hoe minder tijd wij doorgaans hebben voor ons werk. En haast is nooit goed voor de kwaliteit. Wij geven het dan ook heel op tijd aan als we denken dat hier problemen kunnen ontstaan, zodat we naar een oplossing kunnen zoeken. We willen, kortom, te allen tijde voorkomen dat wij niet de kwaliteit leveren die we met de opdrachtgever hebben afgesproken.

‘Wij’, wie zijn dat?

Maar, en hier wil ik met dit betoog naartoe: ‘wij’ is hier wel nog steeds Groenenboom. En niet ‘wij’ het team waar we het project mee realiseren. Met de tools die we hebben ontwikkeld zorgen wij ervoor dat onze kwaliteit goed is. Ons stukje werk. Maar die tools zouden misschien wel helemaal niet nodig zijn als ‘ons stukje werk’ voor alle betrokken partijen het project als geheel is. Als we er echt samen in staan en niet ieder voor zich.

We zouden heel graag vroegtijdig met alle betrokken partijen om de tafel gaan. Zodat we allemaal meedenken over het proces, de werkwijze, de volgorde van het werk en slimme oplossingen daarin. Dan weten we ook beter hoe we rekening kunnen houden met elkaar. Zoals laatst een timmerman, die ons even waarschuwde toen hij planken ging bevestigen waar wij daarna moeilijk bij zouden kunnen. Zodat we het van tevoren in de grondverf konden zetten.

Ik besef heel goed dat hiervoor vertrouwen nodig is en dat krijg je als je elkaar kent doordat je vaker met elkaar hebt samengewerkt. Dan ontstaat er een mentaliteitsverandering en ga je van ‘elkaar controleren’ naar ‘werkelijk samenwerken’. Daarmee kunnen we het proces denk ik niet alleen efficiënter, sneller en beter maken, we maken het ook nog eens veel leuker.

Deel dit bericht:FacebookTwitterGoogle PlusLinkedInEmail

2 Comments

  1. Goed en duidelijk verwoord! En o zo herkenbaar! Leuk om te lezen en fijn en goed voor jullie klanten en samenwerkende partijen in de keten dat jullie daar op deze manier mee bezig zijn! Goed kan immers altijd weer beter. Ik wens jullie heel veel succes en mooie opdrachten toe!

  2. Een ketensamenwerking zal zeker bijdrage aan een goede aansluitende oplossing voor de klantvraag. Zoals omschreven in de blog ontberen veel partijen nog het vertrouwen en dat veel organisaties (nog) niet het lef hebben om dit structureel toe te passen. Dit zijn niet alleen de hoofd- , onderaannemers en de toeleveranciers maar juist ook de betalende klant. Wellicht is het minder goede imago van de bouw de grondlegger voor dit wantrouwen. De basis ligt daarvoor mijn inziens in de cultuur van de bouwsector. “De bouw” is nog steeds vrij conventioneel maar er worden wel stappen gemaakt. Een mooie metafoor die ik heb gelezen vergelijkt de cultuur met het collectief geheugen van alle medewerkers van een organisatie. Men kan alleen “het geheugen” veranderen door daar nieuwe ervaringen aan toe te voegen. Tegenwoordig worden er verschillende technieken gebruikt om de samenwerking te verbeteren, bijvoorbeeld leanplanningen opstellen (waarbij de opdrachtgever aanwezig is) en de dailystands. Dit zijn de nieuwe (en positieve) ervaringen die er hopelijk voor gaan zorgen dat de hele keten optimaal benut wordt en dat de wens van de klant door iedere betrokkene gewaarborgd wordt.

    Ga door met het constant zoeken naar (interne) verbeteringen en blijf proactief. Uiteindelijk betaald dat zich terug.

    Heel veel succes toegewenst.

Laat een bericht achter